Zeg het

- On 13 September 2016
Rating
Zeg het https://sollicitatieblog.nl/en/sollicitatieblog/zeg-het 5
5

Op een hete namiddag in Coleman (Texas) zit een familie comfortabel in de tuin. John, de vader, doet een voorstel om naar Abilene [85 kilometer naar het noorden] te rijden voor het avondeten. Eva, zijn dochter, zegt beleefd: “Klinkt als een geweldig idee.” Haar man Philip voelt zich bezwaard want de rit is lang en heet, maar denkt dat zijn voorkeur ingaat tegen de wens van de groep. Hij zegt daarom suggestief: “Klinkt als een goed idee, ik hoop maar dat je moeder geen bezwaar heeft.” Anna, de moeder, zegt vervolgens: “Natuurlijk wil ik gaan. Het is lang geleden dat ik in Abilene ben geweest.”

De rit is warm, stoffig en lang. Wanneer ze aankomen bij het café, is het eten net zo slecht als de rit. Ze komen vier uur later weer thuis, uitgeput en chagrijnig.

Eva zegt sarcastisch: “Het was toch wel een fantastisch tripje, of niet?” Anna, haar moeder, antwoordt: “Eigenlijk was ik liever thuis gebleven, maar ik ging mee, omdat de andere drie zo enthousiast waren”. Philip zegt: “Ik had eigenlijk geen zin. Ik ging alleen mee om jullie een plezier te doen.” Eva antwoordt: “Ik ging mee omdat John het vroeg, zelf was ik nooit zo gek geweest om in deze hitte een rit te gaan maken.” Waarop John vertelt dat hij het bedacht had omdat hij dacht dat de anderen zich verveelden.

De groep wordt stil, perplex dat ze samen besloten hadden om een trip te maken die geen van hen wilde. Zij hadden elk liever comfortabel in de tuin gezeten, maar gaven dit niet toe toen ze nog de tijd hadden om van de middag te genieten.  

(Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Abilene-paradox)

Deze korte anekdote illustreert mooi en duidelijk de ‘Abilene-Paradox’: een situatie waarbij een groep mensen samen een besluit neemt dat tegenovergesteld is aan de voorkeuren van elk van de individuen in de groep. Het gaat over aannames, invullen voor de ander, jezelf wegcijferen, niet uitspreken.

Misschien ken je het wel. Iemand zegt iets waar je het eigenlijk niet mee eens bent, iets wat niet lekker voelt, iets wat je misschien zelfs niet oké vindt. Er ontstaat een kakafonie van alarmbellen in je hoofd: verontwaardigde gedachten, oordelen, tegenargumenten. Als je oplet, merk je misschien zelfs dat je ademhaling versnelt, dat je er een beetje van gaat fronsen of er is het gevoel van ‘een knoop in je maag’.

Maar. Je wil niet lastig zijn. Niet de zeur zijn. Niet de enige zijn die ‘nee’ roept terwijl de rest rustig ‘ja’ knikt. Want wat zullen ze dan wel niet van je vinden. Help, afwijzing. En ook: wat vind je dan wel niet van jezelf! Wie ben jij om iets anders te vinden dan de rest? Help, zelfafwijzing. Dus je houdt je mond. En knikt ook rustig ‘ja’. De kakafonie in je hoofd gaat door, maar je zwijgt. Herken je deze ervaring?

Nee? Good for you. Ga zo door en stop hier met lezen.

Ja? Welkom. Het is ergens ook een kracht, he. Dat we ons kunnen aanpassen. Meegaand zijn. Dat is best prettig voor anderen. Zeggen we tegen onszelf. Eigenlijk doe ik dat al zo’n 26 jaar. Ik ben trouwens onlangs 26 geworden.

Waarom vragen ze mijn mening niet? Waarom word ik niet gehoord? Misschien omdat ik zelf mijn mening niet uitsprak. Omdat ik mij niet liet horen. Inzicht is de eerste stap naar verbetering zeggen ze toch?

Ik neem je graag mee naar mijn moment van inzicht. Ik lag in een hangmat in Villa Maria, Colombia. Met een prachtig uitzicht op de bergen, totale stilte behalve in de verte een ruisend beekje. De geur van verse regen op een zomerdag, maar ik lag droog onder een rieten afdakje. Een prima context om tot inzicht te komen als je het mij vraagt. Hoewel het inzicht meer werd getriggerd door het boek dat ik las over Geweldloze Communicatie van Marshall Rosenberg. Als ik het in mijn eigen woorden samenvat is de strekking van wat mij tot inzicht bracht als volgt.

Met ieder oordeel dat ik vel plak ik een negatief verhaal op dat wat eigenlijk gewoon een onvervulde behoefte is. Mijn behoefte die alleen ik ken. Die alleen ik kan uitspreken. Een ander kan nou eenmaal niet precies weten wat er in mij omgaat. Ik heb daarin zelf duidelijk te zijn. Dat is puur en alleen mijn eigen verantwoordelijkheid.

In jip-en-janneketaal: van ‘grote boze wereld snapt mij niet’ naar ‘trek je bek open’. Zorg maar dat ze je snappen.

Het lijkt ingewikkeld, want: ik wil de ander niet tot last zijn, de harmonie niet verstoren, niet te veel ruimte innemen. Ah, wat aardig en goed van mij. Ondertussen ben ik wel beledigd dat een ander niet snapt of geeft wat ik nodig heb. Daar is niks aardigs of goeds aan. Besef dat, voordat je hoogmoedig denkt dat je zo goed bezig bent als je weer eens je mond houdt. Ik schrijf hier ‘je’ maar eigenlijk spreek ik vooral mijzelf streng toe.

Het is dus eigenlijk vrij simpel: met dat niet uitspreken is niemand geholpen. De ander is er niet bij gebaat want die wordt gewoonweg gefopt. Die denkt ‘ah lieve meegaande Els’. Nou, in mijn hoofd ben ik dus niet zo lief en meegaand. Ikzelf ben er ook niet mee geholpen want ik voel me niet gezien en niet gehoord. Terwijl ik dat juist zo graag wél wil.

Wie ben ik überhaupt om voor de ander te beslissen dat diegene mijn mening niet hoeft te horen? Wie ben ik om voor de ander te bepalen dat ik hem of haar tot last ben? Daarmee onderschat ik de mensen om mij heen enorm. Ik ontneem hen zelfs volledig de mogelijkheid om daar zelf over te beslissen.

Bovendien is het niet zo dat wanneer je iets niet uitspreekt, het er niet is. Het leeft gewoon voort, maar dan in je hoofd. Het wordt misschien zelfs wel groter, donkerder, bozer dan dat het ooit had hoeven zijn. En daar komt het verwijt – het oordeel – de boze versie van wat klein begon.

Mijn ervaring tot nu toe? Bevrijdend. Uiteindelijk. Elke keer als ik iets heel eerlijk ga zeggen, voelt het alsof ik met mijn ogen en neus dichtgeknepen een zwembad in spring waarvan ik weet dat het heel koud gaat zijn. Over het algemeen is de reactie vrij waarderend, in de richting van ‘fijn dat je eerlijk bent’ of ‘interessant om te horen dat jij er anders over denkt.’ En soms niet. En ook dat overleef ik.

Dus. Zeg gewoon wat je nodig hebt en wat je van de ander wilt. Dan krijg je waarschijnlijk wat vaker ‘nee’ te horen, maar dat is dan in ieder geval wel een echte. Niet een die je van tevoren al voor de ander in je hoofd had bedacht. En misschien zit er zelfs wel eens een verrassende ‘ja’ tussen die je anders nooit had gekregen.

My rating