Bezwijken onder je verhaal – Young Colfield

0
Leestijd: 6 minuten

In de laatste jaren van mijn studie verschoof het studeren, verwonderen, en ontdekken in de universiteitsstad naar presteren in de universiteitsbieb. Een bijbaantje bij de plaatselijke bakker was niet meer voldoende. Huisgenoten, studiegenoten, en leden van mijn studentenvereniging ondernamen al van alles voor later. Ze waren student-assistent, student-consultant of zelfs als parttime ondernemer mét succes.

Het knaagde wel eens aan me. Dat ik ‘gewoon’ mijn handen uit de mouwen stak, en met een zak geld op dinsdagavond naar de kroeg trok terwijl anderen nog aan het ploeteren waren. Gesprekken om mij heen verlegden zich van: wat doe je vanavond naar wat ga jij volgend jaar doen? Welke master? Waar wil je stage lopen? Ik was niet meer een prima student, ik was mijn toekomstige cv geworden. En dat cv stond voor: een goede baan (later), succesvol (later), alle kansen gepakt (later), en zo kan ik nog wel even doorgaan.

In mijn derde studiejaar ben ik ook bewust begonnen met het schrijven aan mijn verhaal. Ik liep stage, deed een onderzoeksmaster, vrijwilligerswerk, een voorzittersrol. Langzaamaan ontvouwde zich een solide, en vooral in de ogen van de tijdgeest, een succesvol verhaal. Ik update enthousiast mijn LinkedIn zodat mijn verhaal ook te lezen was voor de buitenwereld. Het gaf een kick om weer iets toe te voegen, een update op LinkedIn stond voor een upgrade in mijn leven.

Tot vorig jaar zomer. Ondanks de vele mogelijkheden om meer bladzijdes aan mijn verhaal toe te voegen, kon ik niet meer. Een writersblock. Toen ik thuis kwam te zitten met deze burn-out kruiste de verhalen hierover mijn pad. Januari was burn-outmaand bij de Volkskrant. Ook bleken er vele boeken over vol te zijn geschreven en kende iedereen wel iemand die ook was opgebrand. Ik kwam erachter dat ik absoluut geen uitzondering was. Je zou bijna kunnen stellen dat iedereen aan het ploeteren is voor het meest succesvolle verhaal, tegen willens en wetens in. Verhalen waarin wij als hoofdpersoon steeds meer afdwalen van wie we diep in ons hart willen zijn.

Met een vriend besprak ik dit ongemak des levens. Filosofisch vroeg hij zich af: bezwijken we niet onder het schrijven van ons eigen zo supersuccesvolle verhaal? Ik keek hem aan en zei: dit gaat over ons. Hiervoor hadden we al vele keren met z’n allen verzucht hoe dat toch moest later. Hoe wilden we ons leven nou inrichten? En hoe konden we ooit een huis kopen? Hoe konden we die droombaan krijgen? Het liefst allemaal, en nu, en meteen. Het moest kloppen op papier. Later als leidend motief voor het nu.

Ik zag het gebeuren om me heen, mijzelf incluis, haastig bezig zijn met de volgende stap om maar iedere witregel te vullen. Vanaf je studietijd was de enige logische stap omhoog naar een intrigerend verhaal. Een verhaal dat moet boeien, passen bij wie we bedacht hebben te willen zijn, helemaal in lijn met de verwachting van onze dromen, of omgeving. Middelmatigheid was niet meer de norm.

Ik zag afwisselend drie soorten reacties: of we wilden terug naar vroeger. Verzuchtend grapten we over onze ouders met hun zekerheid, geen flexibele contracten, midden twintig al zeker een huis, kind en een ring om je vinger. Geen zorgen over later, maar een lineair, bijna automatisch, verloop van je verhaal. Na die nostalgische bui gaven we ons een schop onder de kont om toch mee te draaien in de ratrace van concurrentie, en het schrijven van nieuwe verhalen middels updates op LinkedIn. En tot slot knaagde af en toe dan weer dat gevoel: waar doe ik het allemaal voor? Wat is een goed leven?

Steeds als ik het plan had opgevat om uit de ratrace te stappen, en te kiezen voor meer verwondering over mogelijke verhaallijnen was ik weer zo onder de indruk van een leeftijdsgenoot die het verhaal van senior consultant of partner bij een advocatenkantoor al had geschreven, waardoor ik weer verviel in riedeltjes van nostalgisch verlangen naar vroeger, meedoen aan de ratrace en uiteindelijk de vraag: heeft het wel zin?

Mijn vriend en ik filosofeerden verder. Hoe kon het toch dat we steeds weer vervielen in deze valkuilen? Natuurlijk kwamen we eerst op de maakbaarheidscultuur. Sinds we met de Verlichting streden voor vrijheid en autonomie zijn we niet meer afhankelijk van de plek waar we zijn geboren. Het leven leiden zoals je dat zelf wenst. Losbreken uit het uitgestippelde pad en verwachtingen. Maar daarmee kwam ook een nieuw moraal: ik ben zelf verantwoordelijk voor mijn eigen succes. Het lot was niet meer iets waar we ons verhaal aan durfden toe te vertrouwen of vanuit verklaarden. We kropen zelf in de pen en schreven onze verhaallijnen. Met een diepe wens en innerlijke motivatie om met dat verhaal van betekenis te zijn. Maar het is een illusie dat je deze verhalen kunt controleren. Het leven schrijft ook jou. Opvoeding, ervaringen, successen, mislukkingen, verdriet, vreugde, relaties, eenzaamheid. Alles laat zijn sporen na.

Zou het helpen als we in moeilijke tijden deze verhalen delen? Denk eens aan de kampvuren waarin we verhalen delen, en de steun die je haalt uit de verhalen die je daar hoort. Maar let wel op: vaak vertellen en luisteren we niet naar de echte, volledige verhalen. We vertellen het liefst de spannende passages uit onze levensroman. De spookverhalen rondom het kampvuur. Puur voor vermaak, vaak wat aangedikt. Ik ontdekte dat door het delen van de kwetsbare stukken van mijn verhaal een directe aanleiding was voor vrienden om ook hun zwarte, donkerblauwe en grijze bladzijden aan mij voor te lezen. Ik vertelde erover dat ik maanden thuis had gezeten. Dat ik ongelofelijk bang was. Onzeker of ik ooit nog wel kon werken. Ik vertelde over de slapeloze nachten. De uitputting. Het overweldigende gevoel in duizend stukjes uiteen te zijn gevallen. En dit was enger dan ooit, maar mijn verhaal kreeg daardoor gelaagdheid. Ik kreeg uitzicht op meerdere perspectieven. Wat ik nooit durfde te vertellen maakte mijn verhaal volledig.

Een vriendin tegen wie ik altijd op keek, die werkweken van 60 uur maakte in de vastgoed, vertelde mij over het eerste jaar dat ze bij een psycholoog liep omdat ze niet wist hoe te leven. Een andere vriend vertelde over zijn drang om altijd nog zijn moeder als eerste te bellen bij ogenschijnlijke makkelijke keuzes of gebeurtenissen. Dat voelde veilig. Ik hoorde veel verhalen waarin thema’s als angst, onzekerheid en onveiligheid de hoofdrol speelden. Door mijn verhaal te delen, deelden anderen met mij.

Het gekke is dat juist door het delen van deze door ons angstvallig verborgen gehouden stukken van ons verhaal, omdat we ons schamen of twijfelen of het wel interessant genoeg is, ik me meer dan ooit verbonden voelde met die ander. We herkenden ze in elkaar. Ik was niet de enige die aan het struikelen was. De gedeelde verhalen gaven betekenis aan deze struggles, en zelfs aan mijn bestaan. Juist door de volledigheid. Het voelt geruststellend dat de superverhalen met mijn vrienden als superhero’s ook wel eens moeilijkere alinea’s bevatten. Alinea’s waarin zelf geëtaleerde superhero’s mens blijken te zijn. Het even niet weten. Het een bestaat niet zonder het ander. Zonder diepe dalen geen hoge pieken. En zonder strijd geen victorie. Dat gaf troost. Ik kan stellen dat het deze echte, kwetsbare gedeelde verhalen me moed gaven om sterker op te staan dan ooit.

Als ik dan terugblik op mijn writersblock, de burn-out, voelde ik me eerst ook waardeloos. Wie ben ik nog als ik thuis op de bank zit? Het drukte zwaar op me om niet te werken en, in mijn ogen, niet te presteren. Maar ik heb geleerd dat het verhaal niet kan bestaan als je het midden overslaat. En het midden; dat was de burn-out en het volgen van mijn weg daaruit. Het leven schreef mij. Het zette mij stil. En juist in die stilstand bleek ik ook alle tijd te hebben voor de nuances in mijn verhaal. En hoewel voor de buitenwereld mijn verhaal abrupt onderbroken werd, ontdekte ik dieptes in mijn verhaal die je alleen in een goede roman ook kunt vinden. Ik ontdekte dat mijn verhaal op verschillende manieren gelezen en geïnterpreteerd kon worden. Ik ontdekte dat verhalen wendingen vertellen die berusten op toevallige ontmoetingen en niet op doordachte keuzes en perfect uitgestippelde superhero-paden. Verhalen waarin het plot – later – nog niet vastligt.

Ik blijf mijn levensverhaal schrijven, en neem alle ervaringen daarin mee. Ze hebben me gevormd tot wie ik nu ben. Ik weet dat sinds ik af en toe achterover leun, om me te laten verassen door hoe het leven mij beschrijft ruimte te geven aan het middenstuk mij helpt om een overvol en chaotisch verhaal te voorkomen. In het achterover leunen laat ik alle bladzijden aan mij voorbijgaan en ontdek ik hoe mijn verhaal zich ontvouwt. Niet iedere bladzijde is spannend. Sommige blijven leeg. Andere leiden tot een plot waarop ik zelf niet had gehoopt. En er zijn bladzijden die me blij maken, bladzijden waar ik alle verantwoordelijkheid voor mijn leven oppak en bladzijden waarop ik mij verstop. Tijdens achterover leunen komt het hele verhaal voorbij; probeer het eens!

Werken bij Young Colfield
Deel dit bericht

Comments are closed.